Welke radiator gebruikt wordt, heeft te maken met waar we hem nodig hebben en de capaciteit die nodig is, maar ook hoeveel ruimte er voor de radiator is.
In principe kunnen we de radiators opdelen in design- en paneelradiators.
Plaatradiators zijn weer onder te verdelen in enkel, twee of drie bladen radiatoren veelal met convectorribben. De platen met convectorribben hebben zo'n 30 % meer opbrengst.
Zie om te berekenen welke radiator er nodig is deze voorbeeldberekening:
Gewenste temperatuur en benodigde aantal watts per m³:
Ruimte
Aanbevolen temperatuur
Benodigde watt per m³
Badkamer
± 24°C
93 watt
Woonkamer
± 22°C
85 watt
Keuken
± 20°C
77 watt
Slaapkamer
± 18°C
70 watt
De plaatsing
Nog een paar stel regels voor het plaatsen van een radiator.
Plaats de radiator altijd op de koudste plek bijvoorbeeld onder een raam of een buiten muur.
Hou de radiator aan onder en bovenzijde minimaal 10 cm vrij en minimaal 5 cm vrij van de wand. Dit zorgt er voor dat er een betere luchtcirculatie langs de verwarming mogelijk is.
Beter is het om een wat grotere ruimte met meerdere verwarmingselementen te verwarmen. Dit verzorgt een betere spreiding van de warmte.
Bij een oud of een slecht geïsoleerd huis moet ongeveer 15 % meer vermogen of wattage berekend worden om de juiste temperatuur te kunnen behalen. Bij een vrijstaand huis of een hoekwoning is dit ongeveer 10 % extra.
Wanneer een verwarmingspijp door een muur heen moet, zorg er dan voor dat het gat wat ruimer is. Dit voorkomt het tikken door krimp en uitzetten van de pijp.
Gebruik je een thermostaatkraan, plaats de kraan dan nooit omhoog. Dit werkt nadelig voor de temperatuurregeling. Bevestigen en aansluiten.
Wanneer we een radiator bekijken zien we vier aansluitpunten:
Voor een kraan, al dan niet een thermostaat kraan. Dit is ook gelijk de aanvoer.